Ouderwets in de Rietveldpolder

Het is ijzig koud vanmorgen als ik in de Rietveldpolder de stekken controleer op ijs. Er ligt weinig ijs gelukkig terwijl ik onderweg diverse sloten heb gezien die dicht liggen. Ik ga alvast vissen op de plaats waar ik met Peter heb afgesproken. Een regenbroek over m'n spijkerbroek houd me warm tegen de lage temperatuur en de schrale wind. Ik begin op een plek waar ik de eerste snoek op mijn rapiertje kreeg, een enorme ervaring. Nu heb ik de tiengrammer van glas uit de jaren '70, snel, soepel en buigt tot in het kurk. Ik ben er zuinig op, ze maken ze niet meer.

Na een half uurtje arriveert Peter. We schudden elkaar de hand en overleggen waar we het eerst beginnen. We besluiten deze sloot uit te kammen. We pakken zelfs het hele smalle deel mee maar er wil geen snoekje op de Zaanse spinner en ook niet op de Fair Play tandem. Peter vind het niet erg te verkassen want hij weet dat we ook de hoge vaart aandoen en dat is de stek waar we nu naar toe gaan. We pellen eerst een eitje en dan gaan de spinners weer te water. Het water is glashelder en we zien de spinners lopen vanaf de plek waar we ze ingooien. Er staat gelukkig genoeg vegetatie voor de snoek om onzichtbaar te zijn voor ons. Om en om kammen we ook deze vaart uit maar het mag niet baten. Aan het eind gekomen staan we in de luwte en is het zelfs warm te noemen. Er is wat levendigheid van kleine vis die wordt opgejaagd door baarsjes. Ik krijg een minuscuul tikje op de hengel en er hangt een minibaarsje aan. Ook Peter heeft de eer baars te hebben gevangen. Ik had voor dit verslagje al een titel bedacht nl: "Polderbaarsdorado", maar deze titel kon ik vergeten want later zou er toch nog een snoekje op de kant komen.

We rijden naar stek drie die in de vroege morgen nog gedeeltelijk ijs bevatte maar dat is helemaal weg. Peter ruilt zijn nieuw aanwinst, de vijf van glas, voor een gele achtgrammer van glas. We nemen ook nog even in het zonnetje een kop soep en genieten van het buiten zijn. We nemen de gele glasstokjes  ter hand en stappen door de het drassige gras. Het waterpijl is zeer laag en ook de helderheid is hier uitstekend. Daarom nu geen kantvisserij maar meer het diepe deel afvissen. De kanten zijn zompig en zeer ongelijk, het is bijna onmogelijk zonder natte voeten te krijgen hier te vissen. Een aanbeet blijft ook hier uit jammer genoeg. Ik ga me maar schamen als gastheer!

De vierde stek is een in de luwte liggend water met bomen er langs. Niet altijd makkelijk te werpen maar er werd in het verleden wel altijd wat gevangen. Ik gooi ook hier zo ver mogelijk want aan de kant kan ik het vergeten waarschijnlijk, ook weer door de lage waterstand en de helderheid. Als we een paar van die open stukken hebben afgevist en ik het met Peter heb over niets vangen, krijg ik een tik op het tiengrammertje. Ja, waarachtig, een snoekje! Toch had ik liever gehad dat mijn gastvisser hem aan zijn spinner had gekregen maar dat heb ik niet voor het zeggen. Het snoekje gaat op de foto en we spinnen verder. Als er na lange tijd een visje wordt gevangen krijg je altijd weer zo'n zin en denk je dat er een soort tovercirkel verbroken is. Nu gaan we vangen... ja, ik wil wel maar de snoeken liggen zo vast als een huis of... wie weet het? Het blijft er bij één! We lopen terug en gooien hier en daar nog een keer in maar we zien in dat we geen potten kunnen breken. Geeft niets wat mij betreft, het was een gezellige en mooie visdag in een typische Schreinerpolder.

Ap