|
_resize.JPG)
_resize.JPG)
_resize.JPG)
_resize.jpg)
_resize.JPG)
_resize.JPG)
_resize.JPG) |
26 augustus 2007
Glas tussen Glas
Peter uit Waterland komt vandaag naar het Westland. Het Westland, een
polder, maar geen gewone polder. Geen koe of schaap te bekennen, wel
groente, fruit en bloemen in warenhuizen zoals de kassen ook wel worden
genoemd.
We rijden tussen de kassen door naar de stek en onderweg worden al enkele
karpers gespot. Bij de stek aangekomen bewonder ik eerst de Traditional
hengel van Peter die hij heeft laten bouwen bij Ton Temming in Utrecht.
Een 1 ¾ ponder van glas. Voor de meeste karpers hier een tikkie aan de
zware kant. Hij is eigenlijk voor meer begroeid water maar Peter wil de
hengel goed leren kennen. En dat betekent visuren maken Er kan natuurlijk
een flinke karper aankomen die anders op een veel lichtere hengel veel
kunst en vliegwerk verlangt. Het is een pracht hengel qua afwerking en ik
zou ‘m graag helemaal krom zien gaan vandaag. Ikzelf vis ook met glas, een
dertig jaar oude Fair Play Winston van 1 ½ pond.
Als de hengels zijn opgetuigd gaat er bij Peter mais aan de haak en bij
mij een paar wormen. Peter, een echte struinvisser, kruipt tussen het gras
langs de bosrand. Ik ga op de oude vertrouwde plek bij de paaltjes zitten.
Al gauw heeft Peter er een giebel aan. Wat mij betreft geen goed teken als
er giebel op je stek zit maar even later gaat de Traditional echt krom op
de eerste karper. Het is een genot om het glas te zien buigen. Eenmaal in
het net blijkt de karper vijf en zestig centimeter. Wat een kracht kan
zo’n vis toch ontwikkelen.
Peter struint verder en ik ga weer naar mijn vaste stek. Bij alle twee de
voerplekken die ik gemaakt heb, wemelt het van de kleine vis die of de
mais of de wormen en zelfs kattebrok niet met rust laat.
We besluiten het even bij de duikers aan de andere kant van de weg te
proberen. Ik vang er al snel een giebel maar ook hier laat de karper niets
van zich horen. Peter vangt halverwege de sloot een aantal giebels. Dan
krijgen we bezoek van Herman. Met z’n drieën zitten we aan de waterkant in
het gras te praten. De dobbers liggen allang niet meer in het water als
Herman ontdekt dat er niet meer gevist wordt. Het kan ook erg gezellig
zijn dat je dat gewoon vergeet. Ik ga weer naar mijn paaltjesstek en Peter
gaat struinen aan de zonnige kant van het water. Herman neemt afscheid en
als Peter een aantal karpers heeft gevangen, komt hij naar mij toe en
meldt dat er veel leven is op de plek waar hij vist. Ik verkas dan ook en
even later zitten we niet ver van elkaar in het zonnetje, heerlijk! De
hengel van Peter staat weer krom maar niet voor lang, hij veert weer
terug, losgeschoten, jammer! Bij mij is er leven genoeg, bellenplakkaten
om je vingers bij af te likken. Mijn favoriet, de worm, wissel ik voor
mais maar buiten een paar tikjes geen enkele beet waar ik op zou kunnen
slaan.
Het zonnetje gaat langzaam onder en we besluiten nog een kwartiertje bij
de paaltjes te vissen en misschien nog even bij de molen. Het lijkt erop
dat er karper op de stek zit. Mijn pennetje glijdt schuin onder water en
gelijk staat de hengel krom. De haak schiet los en de hengel veert weer
recht. We blijven voor de rest van de dag op deze stek vissen omdat de
kans een karper te haken nu groot is. Peter heft zijn hengel en een
boeggolf maakt een enorme deining in de smalle sloot, ook deze vis schiet
los. Dan gaat mijn pennetje er vandoor als een pijl uit een boog. Ik hef
de hengel die zo krom gaat als een hoepel. Het water kolkt als een pan
kokende soep. De oude Winston vangt de klappen prima op en even later
glijdt de karper in het net dat Peter gereed houdt. De eer is gered!
We vissen nog even door en Peter vangt als laatste nog een kleine karper
die boven het water uitspringt. We praten naar de schemering toe en als we
het Westland verlaten is het al donker.
Het was een heerlijke visdag met glas tussen het glas.
Peter, bedankt voor je gezelschap!
Ap
|
|