16 maart

 

Waterkoud Westland

 

Hoewel de weerberichten voor zondag de hele dag regen voorspellen maak ik toch een afspraak met Peter om een paar uur op karper te vissen. Om 13:00 uur ontmoeten we elkaar langs de dijk en het laatste stukje rijden we achter elkaar naar de stek.

 

Door de regen is het moeilijker de karper te zien azen dus we maken maar hier en daar een voerplekje en vissen die na elkaar af. Peter is aan de andere kant van de sloot begonnen en vist naar mij toe. Er gaat een behoorlijke poos voorbij voordat ik Peter met een karper in de handen zie en ik ben blij dat de eerste is geland. Ik heb wel wat activiteit bij m'n dobber gezien, zelfs een wegloper maar het leverde niets op.

 

Op een bepaald moment, zitten we bijna tegenover elkaar. Peter zoals gewoonlijk op de hurken en ik staand met de hengel in de hand. M'n dobber bewoog en gelijk loopt hij traag weg. Niet van me af maar naar de kant, dan komt de dobber naar me toe, nog steeds even traag. Ik moet lijn opwinden om te kunnen slaan, nu.....en dan staat de hengel een zeer klein moment krom. Even voelde ik iets massiefs. Het spoor dat de karper achter laat is duidelijk te zien. Dat was jammer, ik vis nog even verder op deze plek in de hoop dat de karper terug komt op het voer.

 

Peter is intussen weer naar achteren gegaan en vist zijn voerplekjes nog eens af. Ik vis naar mijn eerste stek toe. Vanaf mijn plek zijn twee stekken te bereiken die ik af en toe met een paar korrels maïs bewerk en een paar brokjes. Er is enige activiteit te bespeuren aan de linker kant en deponeer daar m'n dobbertje, laat 'm daar even liggen en trek 'm dan vijf en twintig centimeter naar me toe. Ineens en zonder ophouden loopt de dobber weg en ik kan slaan...hebbes! Voor mij ook een karper. Ik ben er blij mee want ik krijg de indruk dat de karper het een beetje laat afweten.

 

We houden even pauze, even bijpraten. We drinken samen een blikje. De dobbertjes liggen gebroederlijk naast elkaar en ik staar naar het puntje dat boven water uitsteekt. In m'n gedachten vanuit een heel ander standpunt, zie ik twee vissers zitten. Ze zitten in de regen met een colaatje in de hand. Ze praten met elkaar en ondanks de regen lijken ze het naar hun zin te hebben. Waarom niet op een regenachtige zondag in de warme huiskamer naar de radio luisteren , een boek lezen of op een forum vertellen wat je gevangen zou hebben als je was gaan vissen. Hé, bewoog daar m'n dobbertje nou Peter! Zag jij het ook? "Nee niets gezien", zegt Peter, ""ga je mee nog even naar de overkant" Oké, nog even naar de overkant.

 

Het is eerst een lange tijd stil als ineens de dobber van Peter wegloopt. Heel rustig gaat het en Peter slaat aan. Even dacht ik dat het een karper was maar het blijkt een brasem. Nou ja, wie de brasem niet eert, is de karper niet weert. Het is de laatste vis, we stoppen ermee. Ondanks de regen was het een heel aardige vismiddag.

 

Peter, het was weer een genoegen, bedankt!

 

Ap