Westlands Winterkarperen 8 en 20 januari 2008

 

Dinsdag 8 januari 2008

Voor het eerst op winterkarper. De Westlandse polder heeft beschut water en daar zou mijn kans een karper te vangen het grootst zijn. Terwijl ik naar mijn eerste stek rijd, stop ik af en toe om een paar voerplekken te maken. Als ik de auto heb geparkeerd en de hengelspullen uitlaad, zie ik dat bij mijn driekwartponds glashengeltje de lijn door één oog ben vergeten door te halen. Even alles opnieuw optuigen dan maar.

Het water is zo vlak als een spiegel en ik zit heerlijk uit de wind. De dobber is scherp uitgelood en een klein puntje komt boven de waterspiegel uit. Er is wat activiteit in de vorm van belletjes en dat geeft wel hoop. Ook bellen waar geen vis de oorzaak van is, zijn aanwezig net als in de zomer, ik herken de plekken. De dobber blijft onbeweeglijk staan en na een uur of zo, ga ik de tweede stek opzoeken.

De dobber moet hier wat dieper afgesteld worden en wel precies op de plek waar gevist wordt want de bodem is hier zeer ongelijk en 50 cm naar rechts kan betekenen dat de dobber niet meer is te zien of hij ligt juist plat. Op deze stek is er helemaal geen leven. Ik vis een paar plekken met verschillende diepten af maar geen stootje, geen tikje, niets!

Opweg naar de derde stek zie ik vanuit de auto een bellenplakkaat. Ik stop en gooi een klein beetje maïs op de plek. Het lijkt alsof ik een vis zie wegzwemmen, tenminste een spoor zie ik zoals je wel van een vluchtende karper ziet. Het pennetje ligt al op z'n plek en wacht geduldig en observeer. Geen enkel teken van leven meer op een paar belletjes na. Ik ga maar weer verder naar de derde stek.

De laatste stek, een beetje een gevaarlijk voor een driekwart pondertje omdat er betonnen randen in de buurt zijn waar de nylon lijn snel doormidden geraspt kan worden als de karper die kant op vlucht. Ik waag het er toch op. Nog een extra handje maïs gooi ik op de stek en het dobbertje gaat te water. Deze stek is de koudste van alle drie door de koude wind. Het pennetje blijft ook hier onbeweeglijk met een puntje boven water staan. Het enige leven is een enorme zwerm vogeltjes die allen krijsend een plekje op de wiek van de molen willen bemachtigen. De kleine nietige vogeltjes lijken geen last van de koude te hebben. Ik wel en pak mijn spullen in. Deze keer nog geen winterkarper.

Zondag 20 januari 2008

 

De tweede dag dat ik op winterkarper ga, komt Peter ook meedoen.  Om 10:00 uur hebben we afgesproken. Als we op de stek aankomen, zien we al wat belletjes hier en daar. Ik begin op mijn favoriete zomerstek en Peter aan de overkant ervan. Er verstrijkt nauwelijks een minuut op de pondshengel van Peter staat al krom. Dat is wel heel vlug! Ik neem een paar foto's en ga weer naar m'n stek. Dit kunstje doet Peter nog twee keer, Peter is los zal ik maar zeggen! De karper ook trouwens.

Ik ga een andere stek opzoeken en al struinend ben ik bijna aan 't eind van de sloot gekomen. M'n pennetje staat weer en ik wacht af. Het pennetje begint te waggelen en ben gespannen als een snaar en klaar om aan te slaan. Het gaat niet door, het houdt gewoon op. Een tiental minuten later gaat de pen onder en ik sla.... mis! Jammer, ik verpruts mijn eerste wegloper. Iets verder weg aast een karper en ik gooi iets verder in dan de belletjes, een stofwolk en weg karper. Het gaat me niet echt voor de wind en ik zag Peter alweer met een krom stuk glas staan.

 

Ik loop weer richting de beginstek maar halverwege waar Peter aan de overkant zit stop ik. Ik gooi parallel aan de oever in, strooi wat maïs en wacht. De sloot is smal genoeg om ook een praatje met Peter te houden. Dom natuurlijk want dan krijg je beet, mis! Weer ingegooid en nu opletten. Peter is intussen bij me komen zitten, we eten en drinken wat. Een tikkie op de pen en mijn aandacht is weer bij het vissen. De pen loopt, na wat op en neer bewegingen, goed weg en hangen! Hé, hé, eindelijk! Peter maakt een foto en gaat weer naar zijn eigen stek. We vissen allebei tegenover elkaar nog even door. Weer een wegloper, de lijn staat bijna strak, ik sla en voel het massieve van de karper en zie de kolk. Een ogenblik erna schiet de karper los. Ik verkas.

 

Ik ben weer op mijn eerste stek en Peter die ook verkast is, zit schuin tegenover me. Eerst vis ik tegen de duiker en als daar geen leven is, gooi ik in op de brokkenstek die ik eerder maakte. De pen staat maar net en gaat er als een speer vandoor.  Het glas van de driekwartponder buigt een paar minuten prachtig. Eenmaal op de kant een paar foto's en weer terug in het Westlands Winterwater.

 

We gaan het op een ander water proberen. Peter heeft de voerplekjes gemaakt en wijst me de plek waar we nu gaan vissen. Het water trekt hier zeer hard en de pennetjes worden steeds onder getrokken. Als we besluiten naar de molen te gaan vanwege de trek, haakt Peter een karper. Het is de zevende of achtste van hem dacht ik. Ik heb er twee kunnen vangen. Toch eigenlijk veel karpers voor een winterdag. Al is de temperatuur op het ogenblik zeer mild voor een winter.

 

We verkassen naar de molen maar daar staat een strakke wind die het vissen minder leuk maakt. Na een half uur hebben we het bekeken en gaan voor de laatste worp naar de beginstek. Het blijft rustig, de karpers azen niet meer. De schemer komt er ook aan. We hebben een hele beste visdag gehad en zijn voldaan. We praten nog wat na en nemen afscheid. Intussen is het donker geworden en we rijden langs de kassen en het donkere water naar de hoofdweg. Jonge wat een dag! Heel leuk dat winterkarperen!

 

Bedankt voor het gezelschap Peter.

 

Ap