_____________________________________________________________________________

3 oktober 2010

 

 

Karperen in Brabant

 


Het zag er niet uit dat het een mooie dag zou worden maar wat kan het weer ten goede veranderen. Zelfs in de ochtend om half vijf, als ik de visspullen in de auto laad, is de temperatuur goed. Eerst Ben ophalen en dan naar Ton, de regelaar van deze visdag. Er kan gevist worden op karper, witvis en snoek. De meesten gaan met de karperstok aan de slag.

Op het afspreekpunt staat Frans al te wachten en even later zijn Andries, René en Ton ook gearriveerd. Samen met Andries kijk ik naar de activiteit in het water en we zien er karper. Mochten we nou wel of niet aan deze kant van het water vissen? Ton helpt ons uit de droom, het mag. Daar gaan we maar beginnen. De anderen gaan naar de andere kant van het water dat door een weg wordt gescheiden maar weer verbonden wordt door een zeer smalle duiker. Ben vist met de lichte swingtip, Frans de spinhengel en de rest dus op karper met de penhengel.
 


 

Het hek dat we over moeten om op de plek te komen waar we karper hadden gezien, is een werkelijke klotenkraker voor vissers die niet meer zo flexibel zijn maar gelukkig helpt Ton mij er overheen zonder enige schade aan de kleinnoootjes. Later bij het terug gaan, weer over dat hek, bleek een goede tip van onze Frans, de enorme "oei!" die ik in gedachten had, te reduceren naar een binnensmonds "pffff..." Dankje Frans!

Andries laat weten een karper eraan te hebben. Die zal assistentie nodig hebben met die verrekte schuine kant aan het water en de verraderlijke plekken om er ineens in weg te zakken. Een mooie schub ligt er in het net. Het was de eerste maar dat wisten we op dat moment nog niet. Ik verkneukel me bij een aanbeet die de lijn mooi strak trekt, ik dacht echt een karper te hebben maar het blijkt een Giebel. Een mooie Giebel dat wel, 40 cm en bijna vierkant. (wat de giebel betreft lijkt hij meer op een kroeskarper maar de kleur is zilvergrijs in tegen stelling tot een kroes die koperkleuriger is. Misschien een mengeling van giebels en kroeskarpers) Enige tijd later was er ook een karper die de lijn strak trok. Het aas in de bek, het pennetje op sleeptouw en een boeggoelf om het te bevestigen. het ging allemaal erg snel en dan sta je met een kromme karperstok.
 


 

De snoek wil niet erg bij Frans. Na een paar uur spinnen nog geen leven gezien. Hij probeert het aan onze kant maar ook daar blijft het rustig. Het is ook een beetje gek water voor de Zuid-Hollandse snoekvisser die polders gewend is met bruggetjes, plompebladen en vooral wat dieper water dan hier de 40 hooguit 50 centimeter zonder één plantje. Maar karper zit er er genoeg, al kunnen we ze niet zo makkelijk vangen.

Ben, met de swingtip vangt de meeste soorten, ook roofblei en niet eentje, het worden een tiental roofbleitjes. Ze doen het op de lichte swingtip prima. Baars, voorn, alles komt bij Ben langs. Ook wij komen langs maar dan om een praatje te maken en vooral nieuwsgierig kijkend naar wat er weer gekookt wordt op zijn kleine primus. Ik smeer 'm een eitje aan maar aan de pompoensoep, die het blijkt te zijn, krijgt hij mij niet. Zo denken de vissen misschien ook wel, de snoek "Een spinner: wat zet je me nu voor, nee bedankt. Geef mij maar een streamer!" Ton die vist maar houdt ook alles in de gaten. We mogen niets te kort komen is de eerste regel van de Brabander. De tweede regel is: "Men serveert zijn gasten een Bossche bol tijdens het vissen. Het zijn bijna geboden maar dan vriendelijker.
 


 

Eerst, in de vroege ochtend, zit je op je eigen stek. je hebt die bij aankomst al gezien en daar wil je vissen. Het ziet er veelbelovend uit en je bent vol verwachting. Soms vang je je visje maar soms ook niet. De uurtjes verstrijken en je wordt onrustig, je wil wat andere plekjes aandoen of een praatje maken bij een andere visser. Hoe zijn de vangsten en wat kunnen we nog verwachten.
Andries neemt ons mee naar een plek helemaal achterin het land waar hij karpers gezien heeft, gehaakt maar losgeschoeten en eentje gevangen. In het glasheldere water zie je de karpers met soms vijf tegelijk over de voerplek zwemmen. Maar vangen, nee! Geen interesse voor voer of aas.

Als Frans, Andries en René zijn vertrokken gaan wij ook de spullen opruimen maar we gaan nog niet naar huis. Regel 10 van Ton: De visdag afsluiten in't Bergsch Backhuys. Het heeft gesmaakt, het eten en de visdag!
 

 

Ap  

_______________________________________________________________________________